door Roger Klaassen

We zien regelmatig berichten of opmerkingen in onze Facebook-groep (of bij andere USK-groepen) van mensen die graag buiten zouden willen tekenen, maar een zekere angst voelen om dat te doen. Bij de een is dat een angst om buiten te tekenen waar voorbijgangers langskomen, bij anderen is het de angst om fouten te maken en bij weer anderen is het de angst om in hun eentje buiten te tekenen. De veelgehoorde opmerking op zo’n bericht is ‘Gewoon doen!’, maar dat is nu precies de knel: er is angst om het gewoon te doen. Zijn er praktische tips om deze drempel te overwinnen?

We deden op Facebook een oproep om met tips te komen voor mensen met ‘angst om buiten te tekenen’. We ontvingen heel veel reacties, waarvoor we jullie hartelijk bedanken!

Ik probeerde de verschillende tips in thema’s te groeperen. Iedereen is anders, dus de tip die voor jou werkt, werkt voor een ander misschien niet. Soms kregen we tips die elkaar tegenspreken – ontdek zelf wat voor jou het beste werkt. Het is net als met tekenen zelf, er bestaat niet één manier om je angst te overwinnen.

Tekenen op locatie, naar waarneming

Laten we beginnen met iets te vertellen over onze vorm van tekenen, urban sketching. Wij tekenen op locatie, naar waarneming: we zien iets en proberen dat vast te leggen op papier. In feite is dit een heel ambachtelijke, laagdrempelige manier van tekenen. Het is een vaardigheid die je kunt oefenen.

Er is moed voor nodig om buiten op straat te tekenen, zeker als je dat in je eentje doet. En helemaal als je dat een eerste keer gaat doen.

Bij de bijeenkomsten van urban sketchers, bij lokale groepen of tijdens onze National Sketch Days, is iedereen welkom. Er komen ervaren tekenaars en beginners – er is een sfeer van elkaar helpen en elkaar ondersteunen. Iedereen werkt op zijn eigen manier en met zijn eigen materialen, volgt zijn eigen aanpak en werkt op zijn eigen tempo. Er worden geen tekeningen beoordeeld. Het zijn veilige plekken om te beginnen.

Omstanders

Heel veel van de tips die we ontvingen gaan over het omgaan met omstanders. Eerder schreven we hier al een artikel over, maar omdat het zo’n belangrijke drempel kan vormen, gaan we er hier nog eens op in.

Het is goed om je te realiseren dat de meeste voorbijgangers je helemaal niet zullen opmerken. Mensen hebben hun eigen bezigheden, ze moeten ergens heen, kijken op hun telefoon of bekijken een toeristische attractie. Je bent zelf geconcentreerd bezig, dus mensen zullen ook terughoudend zijn om je te storen. Het is eigenlijk opvallend hoe weinig aanspraak je hebt bij het tekenen op straat. Blijf hoe dan ook beleefd en vriendelijk, ook als je mensen misschien lastig vindt – je kunt gewoon zeggen ‘Ik moet nu even verder’ of ‘Ik moet me nu even goed concentreren’.

Word je wel aangesproken door omstanders, dan zal dat vrijwel altijd positief zijn. Mensen waarderen het dat je tijd en moeite doet om iets te tekenen. Je hoort vaak ‘Ik wou dat ik dat kon’ of ‘Dat lijkt me leuk om te doen’. Reageer aardig, leg uit dat ze alleen een vel papier en een pen nodig hebben om te beginnen, laat ze eventueel jouw materialen zien. Wil je verder, dan kun je dat gewoon zeggen.

Bedenk dat je je tekening niet hoeft te laten zien. Natuurlijk is dat makkelijker als je in een klein boekje werkt en moeilijker als je met een ezel en een groot schetsboek staat te werken.

Je kunt soms grappenmakers verwachten – meestal als onderdeel van een groep. Twee ‘grappen’ behoren tot het vaste repertoire ‘Foto’s maken is makkelijker’ en ‘Sta ik er op?’. Op die laatste vraag heb ik ooit geantwoord ‘Ik teken alleen de mooie mensen’ maar schat daarvoor even het gevoel voor humor en het incasseringsvermogen van de voorbijgangers in. Blijf beleefd, meestal waaien de grappenmakers ook weer zo voorbij.

Zoals al beschreven, je bent geconcentreerd bezig, dus mensen zullen vaak een zekere schroom hebben om je aan te spreken. Door bijvoorbeeld oortjes of een koptelefoon te dragen, wordt die drempel voor omstanders nog groter.

De meeste tips hierboven gaan over het vermijden van omgang met omstanders. Maar het kan natuurlijk ook dat je het juist leuk vindt om contact te hebben met voorbijgangers – trek je je dan niets aan van deze tips. Maak oogcontact, groet voorbijgangers en het contact is er. Misschien kunnen de mensen iets vertellen over de plek die je aan het tekenen bent.

De goede plek

Veel tips over de ‘goede plek’ gaan ook over het vermijden van al te veel omstanders.

Als je geen meekijkers wil hebben, of niet wil schrikken van voorbijgangers die plotseling achter je staan, ga dan tegen een muur staan. Of tegen een lantaarnpaal, reclamebord of wat dan ook: mensen moeten daar toch al omheen.

Zorg dat je niet in de weg staat als je niet wil opvallen. De meeste tekenaars zullen wat rustigere hoekjes aan de kant van de straat opzoeken.

Veel tipgevers schrijven te beginnen op een vertrouwde plek waar je je veilig voelt – bijvoorbeeld thuis. Je kunt beginnen met het tekenen van een kamer in je huis, het uitzicht uit het raam. Op zich een goede tip, zeker als je wil oefenen met tekenen op zich of nieuwe materialen wil uitproberen. Je kunt dan je vertrouwen vergroten dat het wel goed komt met je tekeningen – maar die stap naar buiten, die blijft natuurlijk.

Ga tekenen op een plek waar niemand je kent. Je wordt nu eenmaal makkelijker aangesproken door je buurman of tante dan door een wildvreemde. Veel tekenaars tekenen op hun vakantie: een mooie omgeving, niemand kent je en je hebt de tijd.

Moet je gaan zitten op een rustige plek of juist op een drukke plek? Daar lopen de meningen over uiteen. Op een rustige plek is de kans op voorbijgangers kleiner, maar je valt wel eerder op. Als je je te erg probeert te verstoppen, zul je meer opvallen – wat doet die mevrouw/meneer daar achter die boom? Op een drukke plek zijn er meer omstanders, maar val je minder op. Misschien moet je juist plekken zoeken waar mensen hun eigen bezigheden hebben: stations, bibliotheken, winkelcentra, vliegvelden.

Tips om minder op te vallen: werk in een klein schetsboekje. Met een pen of potlood kun je al heel veel doen – misschien moet je je daar een eerste keer toe beperken. Ook een aquarelsetje of een set kleurpotloden: hoe kleiner, hoe minder je opvalt. Werk je met aquarel: gebruik een waterbrush (zo’n penseel waar het water in de steel zit), dan heb je geen potjes water nodig. Als je werkt met ‘droge’ materialen kun je als je dat wil je boekje dichtslaan wanneer het jou uitkomt. Op een bankje of staand val je minder op dan op een zelf meegebracht vouwkrukje. Een statief of ezel is bijna een uitnodiging aan voorbijgangers om even te komen kijken.

De goede plek kan ook een kwestie van timing zijn. In de vroege uren zijn veel plekken nog rustig, zeker op weekenddagen. Profiteer ervan!

Vind je contact en aanspraak juist leuk? Ga dan op een terras zitten. Personeel en de mensen aan het tafeltje naast je – je kunt er op wachten dat ze even willen kijken. Je zult bijna alleen leuke opmerkingen krijgen.

Als we het hebben over het wegnemen van drempels om te gaan tekenen, dan is dit er ook één: zoek niet te lang naar het ‘beste uitzicht’. Het beste uitzicht is meestal midden op straat of op een plek waar mensen selfies maken. Maak je tekening vanaf een plek waar je makkelijk en veilig kunt staan of zitten. Ga in elk geval niet te lang rondlopen op zoek naar de beste plek – je wordt er maar onrustig en nerveus van, de klok tikt en je hebt nog niks getekend… de lol gaat er zo wel van af.

Fouten

Tot nog toe hebben we heel veel tips gegeven over het omgaan met omstanders. Maar waarom zijn tekenaars bang voor omstanders? Velen geven aan dat ze bang zijn voor commentaar op hun tekeningen: niet goed genoeg, niet mooi en vol fouten.

Ik hoop dat ik die angst al een beetje heb kunnen wegnemen: omstanders leveren vrijwel nooit commentaar op de tekening. Ze vinden het feit dat je buiten tekent gewoon al heel leuk. Het is natuurlijk belangrijk om je te realiseren dat je je tekeningen in de eerste plaats maakt voor jezelf. Je maakt ze niet om beoordeeld te worden – we zitten niet meer op school. In die zin kun je alle opmerkingen die men zou kunnen maken op je tekening negeren.

De angst voor fouten of de onzekerheid over onze tekeningen zit voor het grootste deel in onszelf – ergens in ons hoofd zit een kritisch duiveltje. Ik denk dat onzekerheid een drijfveer is om je best te doen, om eens iets nieuws uit te proberen, om door te zetten – in elk geval ken ik geen tekenaars die niet proberen hun volgende tekening beter te maken dan de vorige. Zoals ik ooit hoorde: ‘Er zijn geen goede of slechte tekeningen. Er zijn wel tekeningen waar je wat meer van zult leren.’ Maar het is jammer als die onzekerheid een belemmering is om te beginnen. Gelukkig zijn er wat tips om om te gaan met deze onzekerheid.

Iedereen wordt natuurlijk de hele dag geconfronteerd met het werk van andere tekenaars. Op social media zie je het ene na het andere meesterwerk langskomen. Realiseer je dat ook deze tekenaars vaak pas na vele jaren tekenen tot die resultaten zijn gekomen. Als ik de vraag krijg hoe lang ik over een tekening doe, zeg ik op mijn heldere momenten wel: ‘Ik heb 56 jaar geoefend om deze tekening in een haf uur te kunnen maken.’ Gebruik het werk van anderen als inspiratie, maar niet als maatstaf.

Toch nog even terug naar die gevreesde omstander. Zeg simpelweg ‘Ik moet nog veel leren’ of ‘Het moet nog wat worden’ en je maait hem/haar het gras voor de voeten weg.

Opmerkelijk veel tips over het omgaan met ‘fouten’ gaan over het materiaal: gebruik goedkoop papier. Werk je op duur papier, dan zal de angst voor een mislukking groter zijn. Werk je in een schetsboek en heb je er tien mooie tekeningen in staan – dan is de angst voor een mislukking op pagina 11 waarschijnlijk groter. Sommige tipgevers hebben het over printerpapier of kopieerpapier, maar als je met aquarelverf wil werken lijkt me dat niet de beste tip: bedenk met welke materialen je wil werken en kies dan je papier – en dan niet te duur. Ook een tip: werk met verschillende schetsboeken – één voor de echte experimenten, de andere voor het serieuzere werk (maar neem het ook weer niet te serieus).

Groot of klein werken – daar lopen de meningen over uiteen. Echt groot werken zul je bij urban sketchers niet vaak zien, A4-schetsboeken zijn wel het maximum dat je ziet (er zijn altijd uitzoonderingen). Mijn tip voor beginners is wel: zorg dat je altijd een schetsboekje en een pen op zak hebt – in een binnenzak past nu eenmaal maar een klein boekje. En dat boekje kan ook een paar keer dubbelgevouwen A4-tje zijn.

Er is ook verschil van mening over het ‘houden of weggooien’ van je tekeningen. Mislukte tekeningen weggooien – het kan en het mag. Maar mijn tip zou zijn om tekeningen niet te snel weg te gooien. Bewaar ze een tijdje en vergelijk die oude tekeningen met je jongste werk: je zult ontdekken dat je vooruit gegaan bent (en dat die mislukte tekening ook zijn charmes heeft). Zeker bij beginners die regelmatig gaan tekenen zal de vooruitgang snel gaan. Je ‘mislukte’ tekening kan dan gaan werken als een aanmoediging! Kun je de confrontatie met je oude tekeningen niet meer aan, dan kun je ze alsnog weggooien.

Veel tekenaars geven de tip om je tekening met iets eenvoudigs te beginnen. Lantaarnpalen en plantenbakken worden veel genoemd. Teken een lantaarnpaal en gebruik die als maatgevend voor de rest wat je wil tekenen. Je zult sowieso ontdekken dat het ene onderwerp je beter afgaat dan het andere.

Perspectief – iedereen maakt er fouten mee. Er zijn prachtige tekeningen gemaakt door tekenaars die zich niets aantrekken van perspectief. Op onze site staat een artikel over ‘Diepte zonder perspectief‘.

Niet alleen een goede, maar ook een leuke tip die we van verschillende mensen kregen: maak expres ‘fouten’! Bijvoorbeeld: zorg dat je papier niet leeg is voordat je begint. Breng een (willekeurig) kleurvlak aan op je vel papier, met verfvlakken, -strepen of -spatten of met stukken gekleurd papier. Dit kun je thuis al voorbereiden. Ander voorbeeld: teken dingen expres verkeerd – auto’s met wielen op de verkeerde plek, een huis meer of minder ramen geven, etc. Het gaat dan niet om het resultaat op zich, maar om het plezier van het tekenen en je vrij voelen. Heb je deze ‘state of mind’ bereikt, dan kun je weer verder om een meer traditionele of waarheidsgetrouwe urban sketch te maken, als je dat dan nog wil.

Werk met een pen of als je met porlood werkt, gebruik dan geen gum – je maakt foutjes, maar kunt ze dan niet corrigeren. Leer die foutjes te accepteren en maak je tekening af. Je zult zien dat veel foutjes gaandeweg niet meer opvallen. Ik maak zelf geregeld mee dat ik ontevreden ben over mijn tekening, maar dat ik niet meer begrijp waarover ik me zo druk maakte, wanneer ik hem een aantal dagen of weken later weer tegenkom.

Samen tekenen

Zoals we al schreven, zijn bijeenkomsten van urban sketchers een veilige plek om te beginnen met buiten tekenen. Zeker als je aangeeft dat je pas net bent begonnen en wat tips kunt gebruiken, zullen er tekenaars zijn die je vooruit willen helpen zodat je een start kunt maken. Als je na een uurtje of zo een rondje langs de andere tekenaars gaat maken, zul je nog meer zien en leren. De meeste tekenaars vinden het leuk om je verder te helpen.

Sowieso maakt samen tekenen dat je je minder kwetsbaar zult voelen. Maar ik weet ook dat er toch nog best een groot verschil is tussen ‘samen tekenen’ en er in je eentje op uit gaan met je schetsboek.

Wil je samen met iemand tekenen, dan kun je bij de meeste urban sketchersgroepen wel een oproep plaatsen.

Samen tekenen maakt je niet alleen minder kwetsbaar, maar een tekenafspraak is ook een goede stok achter de deur om op pad te gaan. Het is ook nog eens gezellig (mag ik hopen) en je leert van elkaar. Je kunt elkaar ook uitdagen door samen een nieuwe manier van tekenen uit te proberen.

Er worden ook regelmatig workshop urban sketching gegeven. Als je daar aan meedoet, zul je veel beginners ontmoeten, die met dezelfde onzekerheid kampen als jij. Wellicht kom je samen tot een goede aanpak om je schroom te overwinnen.

Alleen tekenen

Van ‘samen buiten tekenen’ tot ‘alleen buiten tekenen’ kan nog een heel grote stap zijn. Ik ken urban sketchers die al jaren meedoen urban sketchers bijeenkomsten, maar die het niet durven of heel lang niet durfden om ergens in hun eentje te gaan tekenen.

In dit artikel hebben we heel veel praktische tips willen geven om die stap kleiner te maken, of in elk geval de angst wat kleiner te maken. Maar het kan toch een grote stap blijven, die je niet oplost met iets praktisch als het juiste formaat tekenboekje.

Een urban sketcher die vaak meedoet aan urban sketchers bijeenkomsten, maar heel lang niet durfde om alleen te gaan tekenen vertelde mij: ‘Ik wilde graag tekenen, maar ik was onzeker over mijn tekeningen en daarom durfde ik niet ergens in mijn eentje te gaan tekenen. Ik vond dat ik mezelf te kort deed en op een gegeven moment heb ik mezelf streng toegesproken: nu ga je naar buiten. Ik ben naar een kasteel in de buurt gefietst, ben op een bankje gaan zitten en ben gaan tekenen. Ik vind het nog steeds eng om het te doen, maar nu weet ik wel dat ik het kan.’

Stel jezelf een deadline, bijvoorbeeld: deze maand ga ik buiten tekenen. Of: de eerste dag boven de 20 graden ga ik buiten tekenen. Of: ik ga wandelen, ik zet een wekker op 15 minuten en waar ik dan ook ben, daar maak ik een tekening.

Een praktische opstart-tip kregen we ook. Ik ga er van uit dat iedereen van jullie het wel aandurft om alleen ergens op een bankje te gaan zitten. Doe dat, en laat je tekenspullen in eerste instantie in je tas. Haal na een tijdje je tekenspullen uit de tas (nogmaals: een boekje en een pen is al voldoende om iets te maken). Neem weer een tijdje en sla je schetsboekje open en – haal even diep adem – begin met je tekening. Zo wen je langzaamaan aan de plek en werk je stap voor stap in je eigen tempo naar het moment dat je gaat tekenen.

Verder…

Dan kregen we nog meer tips, die je misschien kunnen helpen.

Boeken en online video’s – ik ben er in dit geval voorzichtig mee als tip. Het is natuurlijk altijd goed om iets te leren van een boek of van een filmpje, maar het houdt je ook binnen. Je wil er juist op uit.

  • Koosje Koene schreef ‘Life is better when you draw it’. In haar boek geeft ze heel veel praktische tip om drempels te verlagen en van tekenen een dagelijkse bezigheid te maken.
    Link naar haar boek
  • Betty Edwards ontwikkelde een methode om iedereen te laten tekenen: ‘Tekenen met het rechterbrein’. Ik blijf even weg van alle neurologie die hierachter zit, maar het idee is dat je het kritische duiveltje in je linkerbrein uitschakelt. Ze geeft hiervoor praktische tips en oefeningen.
  • iemand raadde het boek ‘The creative act of being’ van Rick Rubin aan. Rubin komt uit de muziekwereld en schrijft onder andere over creatieve blokkades. De blokkade die wij hier behandelen is net een andere, denk ik, maar wie weet helpt het jou.

Beloon jezelf! Buiten op straat tekenen is dapper, daar is moed voor nodig. Dus als je de eerste stap genomen hebt, beloon jezelf met die mooie pen (of met een stuk appeltaart).

Conclusie

Graag buiten willen tekenen, maar het niet durven – het komt vaak voor en we krijgen er regelmatig vragen over. In dit artikel hebben we heel veel tips en opmerkingen verzameld om je te helpen je angst te overwinnen. We zijn allemaal anders, dus een tip die voor de een werkt, doet voor jou misschien niets.

Angst zit in je hoofd en veel van de genoemde tips zijn dan wel praktisch, maar doen niets met je hoofd. Ik hoop dat ze toch wat kunnen doen om die hoge drempel waar je tegenaan kijkt iets lager te maken.

Heel veel sterkte, succes en vooral… plezier – na een tijdje moet dat lukken!



Hartelijk dank aan alle tipgevers!