Door Linda Weijters

Engelse version: click here

Elke tweede zondag van de maand komen zo’n twintig tekenaars samen in Den Haag of Delft voor een Sketch Day. Urban Sketchers Den Haag & Delft is een internationale, diverse groep met een vaste kern van ongeveer tien regelmatige deelnemers — en drie drijvende krachten achter de organisatie: Srikkanth Balasubramanian, Chloé Faucourt en Bernhard Karimi. In dit interview vertellen ze ieder hoe ze vanuit heel verschillende richtingen hun weg vonden naar Urban Sketching, en hoe ze sindsdien samen de groep draaiende houden.

Chloé en Srikkanth in actie en een zelfportret van Bernhard als kat.

Drie werelden, één sketchgroep

Wie zijn de mensen achter deze groep?

Srikkanth Balasubramanian (34) komt oorspronkelijk uit Tiruchirappalli, India, woont sinds 2019 in Delft en werkt als onderzoeker in de microbiologie. Zijn onderzoek richt zich op micro-organismen die groeien op verf en coatings — een wereld ver weg van het schetsboek, al is dat misschien niet zo vreemd voor iemand die altijd al met aandacht naar zijn omgeving keek.

Srikkanth begon in 2018 op locatie te schetsen, tijdens de veeleisende periode van zijn promotieonderzoek in Duitsland. “Het werd een creatieve manier om los te komen van de intensiteit van het laboratoriumleven,” zegt hij. “Destijds wist ik niet eens dat het een naam had — ik genoot er gewoon van om de plekken om me heen te tekenen.” Pas toen hij in 2019 naar Nederland verhuisde en al in zijn eerste weken de Urban Sketchers Den Haag-groep tegenkwam, leerde hij de term kennen. “Sindsdien beschouw ik mezelf met trots als een officiële urban sketcher.”

Deze schets maakte Srikkanth tijdens het Thiyagaraja Aradhana-festival in Thiruvaiyaru, India, waar duizenden musici bijeenkwamen om hymnes te zingen ter ere van de legendarische componist Thiyagaraja. “Ik bleef maar hoofden tellen. De kleuren van de sari’s gaven zoveel ritme en energie. Elke keer als ik naar de schets kijk, hoor ik bijna de muziek weer.”

Chloé Faucourt (34) is Frans en woont sinds begin 2021 in Den Haag. In haar werkzame leven is ze jurist, gespecialiseerd in internationaal strafrecht. Ze verhuisde naar Nederland met haar man en drie Tanzaniaanse katten — en sindsdien zijn er twee jonge kinderen bijgekomen.

Voor Chloé speelde COVID een beslissende rol. In het voorjaar van 2020 zat ze alleen in haar huis in Arusha, Tanzania — gescheiden van haar man en familie, terwijl alle vluchten waren geannuleerd. “Ik had een klein aquarelpalet en wat papier meegenomen naar Tanzania, maar gebruikte die eigenlijk niet. Via Instagram ontdekte ik de wereld van urban sketching en de enorme gemeenschap eromheen — er ging een hele nieuwe wereld voor me open.” Ze volgde online workshops, onder meer via de online community van Liz Steel, en maakte vrienden met wie ze nog steeds contact heeft.

Chloé tekende dit bij Tanga, Tanzania, in januari 2021. “Een van mijn eerste schetsen op locatie, tijdens een vakantie. Alleen al door naar deze schets te kijken, herinner ik me nog levendig het felle zonlicht, de heel vochtige lucht en het geluid van de golven die op de rotsen sloegen.”

Bernhard Karimi woont in Den Haag en is al drie jaar actief betrokken bij de groep. Als kind en tijdens zijn studie tekende hij veel en experimenteerde hij met kalligrafie, maar die passie verdween geleidelijk tijdens zijn werkzame leven. Tot de lockdown.

Ook Bernhard herontdekte zijn passie tijdens de pandemie. Op sociale media kwam hij tekenaars tegen als Koosje Koene, Danny Gregory en Albert Kiefer. “Hun pretentieloze manier om mensen, objecten of landschappen op papier vast te leggen sprak me erg aan.” Drie jaar geleden sloot hij zich aan bij de groep.

Het Binnenhof, een geliefde plek van Bernhard om te tekenen.

Drie moderators, twee steden, één groep

Het organisatorische verhaal begint bij een eerste bijeenkomst in de Grote Kerk in Den Haag. Moderator Marleen kondigde aan dat ze niet langer wilde doorgaan en op zoek was naar een opvolger. “Uiteindelijk waren we met z’n drieën,” zegt Bernhard: Srikkanth, Chloé en hijzelf.

Samen beheren ze de Facebookgroep (zie de link onderaan) en het Signal-kanaal, bespreken ze locaties voor de maandelijkse bijeenkomsten en publiceren ze de uitnodigingen. Soms is vooraf afstemming met een locatie nodig, maar de hoeveelheid werk blijft goed te overzien. “En meestal is het gewoon erg leuk,” voegt Bernhard toe.

De groep is opvallend internationaal en divers. Er is een vaste kern van ongeveer tien sketchers die bijna elke keer aanwezig zijn, en bij de Sketch Day — die elke tweede zondagmiddag van de maand plaatsvindt — komen gemiddeld zo’n twintig mensen.

Nog een schets van Bernhard van het Binnenhof, los en kleurrijk van een panoramisch uitzicht dat hem duidelijk dierbaar is.
Een schets van Chloé van dezelfde plek, maar een andere hoek. “Ik hou echt van deze schets omdat ik hem heel spontaan en levendig vind, waarschijnlijk doordat ik voor mij ongebruikelijke materialen gebruikte: kleurpotloden. Dit herinnert me eraan dat af en toe van materiaal wisselen je praktijk echt een impuls kan geven en vaardigheden kan onthullen waarvan je niet wist dat je ze had!”

Wat Bernhard het meest fascineert aan Urban Sketching is de eenvoud van het concept: “Teken wat je ziet en deel wat je tekent. Dat is het. Geen beperkingen in techniek, materiaal of kwaliteit — alleen de beperking dat je in je eigen omgeving werkt en de verplichting om te delen of iets samen te doen. Voor mij is het een perfect manifest!” En het mooiste? “De gesprekken achteraf, bij koffie of bier. Volop inspiratie, nieuwe ideeën, uitwisselingen over andere dingen die de moeite waard zijn om te volgen. Juist dat informele, vrijblijvende en vloeiende karakter van de Sketch Day maakt het uniek.”

Een schets van Srikkanth op de Markt in Delft, op een zondagmiddag. “Ik noteerde flarden van opgevangen gesprekken in de marges. Achteraf realiseerde ik me dat de toren scheef stond omdat ik geen ruimte meer had op de pagina — maar inmiddels vind ik juist dat mooi. Het is de spontaniteit van Urban Sketching.”
Een schets van Bernhard, ook in Delft, aan de Voldersgracht. De schets toont zijn liefde voor de snelle, eerlijke lijn.

Materialen en werkwijzen

Alle drie hebben ze hun eigen handschrift — letterlijk én figuurlijk.

Srikkanth werkt vooral met pen en inkt op papier, vaak gecombineerd met lichte aquarelwashes. Wat hem echt onderscheidt, zijn zijn experimenten met ongewone ondergronden: herfstbladeren, chocoladewikkels, bierviltjes, karton en zelfs glazen flessen. “Het maakt het schetsproces speels en uniek.” En dan is er nog zijn obsessie met het miniatuurformaat: hij werkt graag in extreem kleine schetsboekjes. “Van 1×1 tot 4×4 centimeter — elke millimeter telt.”

Srikkanth bezocht dit jaar Oezbekistan en schetste de Chorsu-bazaar in Tasjkent — een overdekte markt onder een grote turquoise koepel. “Arbeiders rustten even uit op hun karren, er waren vriendelijke gesprekken met verkopers. Het werd meer dan een tekening van een markt: een herinnering aan menselijke warmte.”

Chloé werkt vooral met aquarel, gecombineerd met fineliners, vulpennen, brushpennen of grafietpotloden. “Ik probeer af en toe kleurpotloden, maar kom altijd terug bij mijn basisset.” Haar beste tekentip draait om groot denken: “Gebruik de grootste kwast die je hebt. Je bewegingen worden vloeiender en je werkt in brede vormen in plaats van te priegelen met details. Aquarel werkt het best in brede, besliste streken.” Een waterbrush gebruikt ze nooit: “Die zijn te klein, en je kunt de verhouding tussen verf en water niet goed controleren, waardoor je wassingen te licht uitvallen.”

Chloé tekende dit beeld van Apollo in Poznan, Polen, bij nacht. “Vorig jaar bezocht ik mijn eerste Urban Sketchers-symposium. Ik herinner me dat ik dit uitzicht rond middernacht schetste met een groep sketchvrienden. We waren allemaal uitgeput na een volle dag tekenen, maar kwamen in een soort flow terecht en konden niet stoppen.”

Bernhard houdt van snelle, spontane schetsen. “De flow en het tekenen zelf zijn voor mij belangrijker dan het resultaat.” Zijn favoriete plek is jazzcafé Le Duc in Den Haag, met dagelijks livemuziek en jamsessies door conservatoriumstudenten. Tegelijk werkt hij eraan om de verfijning van het aquarelleren onder de knie te krijgen. “Mijn grote helden zijn Carsten Wieland, Alvaro Castagnet en Emil Nolde. Ik moet nog heel wat penseelkilometers maken.” Als de techniek hem in de steek laat, pakt hij zijn kleine schetsboekje en tekent hij de cappuccino voor zich met een vulpen in twee minuten. “Zalig.”

Bernhard maakte deze schets op zijn favoriete plek: jazzcafé Le Duc in Den Haag, met livemuziek, cappuccino en een vulpen.

Op locatie: ontmoetingen en herinneringen

Tekenen in het openbaar levert bij alle drie geregeld mooie verhalen op.

Srikkanth benadrukt dat 99,99% van zijn ervaringen uitstekend is. “Kunst kent geen taalbarrières. Een schets brengt overal ter wereld een gesprek op gang.” Via zijn werk ontdekten mensen hem, wat leidde tot illustraties voor het Nederlandse boek Het Geheim Van Delft en opdrachten voor cafés in Delft. Er is één minder prettige herinnering: in Marokko werd zijn tas gestolen, samen met zijn tekenmaterialen. “Het herinnerde me eraan dat je, zelfs wanneer het heerlijk is om volledig in je eigen wereld op te gaan, alert moet blijven op je omgeving.”

Srikkanth is verslaafd aan het tekenen van mensen. “Zes jaar geleden was ik bang om mensen te tekenen. Nu ben ik er volledig aan verslaafd.” Hij noemt het “kleine mensen in grote werelden” — figuren als onderdeel van een groter landschap. Zijn beste tekentip kwam van de in Londen gevestigde urban sketcher Mohan Banerji: “Je moet schetsen wat je ziet, niet wat je weet.” Sinds hij dat toepast, zijn zijn schetsen nauw verbonden geraakt met herinneringen. “Als ik terugkijk naar een tekening, kan ik de geluiden horen en de sfeer voelen — soms zelfs flarden van opgevangen gesprekken die ik in de marge noteerde.”

Deze schets maakte Srikkanth tijdens een levendige Sketch Walk in Poznań, Polen. “Een drukke straat leidde de blik naar een roze kerk. Een mede-sketcher noemde het grappend een ‘Pools perspectief’ — dat blijft voor altijd bij de schets horen.”

Chloé heeft bijna alleen maar goede herinneringen. Ze vertelt over een workshop op Zanzibar waar een kudde koeien plotseling haar docent omsingelde — “ze merkte ze pas heel laat op en raakte een beetje in paniek, het was hilarisch.” Maar het verhaal dat haar het meest bijblijft, komt uit Japan. “Afgelopen mei glipte ik bij zonsopgang in Kyoto naar buiten om een schrijn in een rustige buurt te schetsen. Een oude dame die kwam bidden, stopte voor een praatje — ik spreek een beetje Japans. Ze vertelde me hoe ze daar haar hele leven had gewoond, hoe de buurt was veranderd en dat ze nu alleen was na het verlies van haar man. Zo’n ontmoeting heb je niet met een telefoon in je hand.”

Chloé houdt van natuur — rotsen, zee, het spel van groentinten — maar voelt zich steeds meer aangetrokken tot stedelijke scènes. “Lange tijd vermeed ik mensen in mijn schetsen, maar dit jaar heb ik me voorgenomen er steeds meer op te nemen. Ze maken een schets zoveel levendiger.” In Den Haag tekent ze graag rond het Binnenhof, in het Haagse Bos en langs de grachten. “En het panoramische uitzicht vanuit het café op de vijfde verdieping van de centrale bibliotheek is zeker de moeite waard.”

Chloé maakte deze schets op locatie in Kirribilli, Sydney, Australië, waar ze voor werk naartoe reisde. “Ik nam contact op met een vriendin van een vriendin om samen te gaan Urban Sketching. We brachten een paar uur samen door met lunchen en het schetsen van een kleine haven. Een vriendelijk gesprek, een geweldig uitzicht en een fijne schets: de droom van een Urban Sketcher!”

Bernhard schetst het liefst snel en op gevoel — idealiter op een kruk bij Le Duc, met een vulpen in de hand en muziek om zich heen. Maar hij droomt ook van groter werk: uitgewerkte aquarellen met de diepte van zijn helden Wieland en Nolde. “Ik ben nog lang niet uitontwikkeld in mijn eigen stijl. En dat is nu juist het leuke eraan.”

USK The Hague & Delft komt elke tweede zondag van de maand samen. Meer informatie en updates zijn te vinden via de Facebookpagina van de groep en de agenda op deze website.


English version

USK Interview: USK The Hague and Delft

By Linda Weijters

Every second Sunday of the month, around twenty sketchers gather in The Hague or Delft for a sketch crawl. Urban Sketchers The Hague & Delft is an international, diverse group with a core of about ten regulars — and three driving forces behind the organisation: Srikkanth Balasubramanian, Chloé Faucourt and Bernhard Karimi. In this interview, they each tell how they found their way to urban sketching from very different directions, and how they have been running the group together ever since.

Chloé en Srikkanth in action and a self portret from Bernhard as a cat.

Three worlds, one sketching group

Who are the people behind this group?

Srikkanth Balasubramanian (34) is originally from Tiruchirappalli, India, and has been living in Delft since 2019, and he works as a researcher in microbiology. His research focuses on micro-organisms that grow on paints and coatings — a world far from the sketchbook, though perhaps not so strange for someone who has always paid close attention to his surroundings.

Srikkanth began sketching on location in 2018, during the demanding period of his PhD research in Germany. “It became a creative way to disconnect from the intensity of laboratory life,” he says. “Back then, I didn’t even know it had a name — I was simply enjoying drawing the places around me.” It was only when he moved to the Netherlands in 2019 and, within his very first weeks there, encountered the Urban Sketchers The Hague group, that he learned the term. “Since then, I have proudly considered myself an official urban sketcher.”

This sketch was made by Srikkanth during the Thiyagaraja Aradhana festival in Thiruvaiyaru, India, where thousands of musicians gathered to sing hymns in honour of the legendary composer Thiyagaraja. “I couldn’t stop counting heads. The colour of the saris brought so much rhythm and energy. Every time I look at the sketch, I can almost hear the music again.”

Chloé Faucourt (34) is French and has been living in The Hague since early 2021. In her professional life, she works as a lawyer specialised in international criminal law. She moved to the Netherlands with her husband and three Tanzanian cats — and since then, two young children have joined the family.

For Chloé, COVID played the decisive role. In the spring of 2020, she found herself alone in her house in Arusha, Tanzania — separated from her husband and her family, with all flights cancelled. “I had brought a small watercolour palette and some paper with me to Tanzania, but wasn’t really using them. Through Instagram, I discovered the world of urban sketching and the enormous community around it — a whole new world opened up.” She followed online workshops, including through Liz Steel’s online community, and made friends she is still in touch with today.

Chloé drew this near Tanga, Tanzania, in January 2021. “One of my first sketches on location, during a holiday. Just looking at this sketch, I can still remember vividly the bright sunlight, the very humid air and the sound of the crashing waves on the rocks.”

Bernhard Karimi lives in The Hague and has been actively involved with the group for three years. As a child and during his studies he drew a great deal and experimented with calligraphy, but that passion gradually faded over the course of his professional life. Until the lockdown.

Bernhard too rediscovered his passion during the pandemic. On social media he came across sketchers like Koosje Koene, Danny Gregory and Albert Kiefer. “Their unpretentious way of capturing people, objects or landscapes on paper really appealed to me.” Three years ago, he joined the group.

Het Binnenhof in The Hague, a beloved spot for Bernhard to draw.

Three moderators, two cities, one group

The organisational story begins at a first meeting in the Grote Kerk in The Hague. Moderator Marleen announced she no longer wanted to continue and was looking for a successor. “There ended up being three of us,” Bernhard says: Srikkanth, Chloé and himself.

Together they manage the Facebook group (see link below) and the Signal channel, discuss locations for the monthly meetups and publish the invitations. Sometimes advance coordination with a venue is required, but the effort involved is quite manageable. “And it’s usually just plain fun,” Bernhard adds.

The group is notably international and diverse. There is a core of around ten sketchers who attend almost every time, and on the sketch crawl — held every second Sunday of the month in the afternoon — an average of around twenty people show up.

Another sketch from Bernhard of the Binnenhof, loose and colorful, a panoramic view that he clearly treasures.

A sketch from Chloé of the same place. “I really love this sketch because I find it very spontaneous and vibrant, probably because I used unusual tools for me: coloured pencils.. This reminds me that switching tools once in a while can really boost your practice and reveal some skills you didn’t know you had!”

What fascinates Bernhard most about urban sketching is the simplicity of the concept: “Draw what you see and share what you draw. That’s it. No restrictions on technique, materials or quality — only the limitation of working in your own surroundings and the obligation to share or do something together. For me, it’s a perfect manifesto!” And the best part? “The conversations afterwards, over coffee or beer. Plenty of inspiration, new ideas, exchanges about other things worth following. It’s precisely that informal, non-committal and fluid character of the sketch crawl that makes it unique.”

A sketch from Shrikkanth at the Markt in Delft, on a Sunday afternoon. “I noted down fragments of overheard conversations in the margins. Afterwards I realised the tower was tilting because I had run out of space on the page — but I now find that’s what makes it beautiful. It’s the spontaneity of urban sketching.”
A sketch from Bernhard, also in Delft, on the Voldersgracht. It shows his love of the quick, honest line.

Materials and ways of working

Each of the three has their own handwriting — both literally and figuratively.

Srikkanth works mainly with pen and ink on paper, often combined with light watercolour washes. What truly sets him apart are his experiments with unconventional surfaces: autumn leaves, chocolate wrappers, beer mats, cardboard and even glass bottles. “It makes the sketching process playful and unique.” And then there is his obsession with the miniature: he loves working in extremely small sketchbooks. “From 1×1 to 4×4 centimetres — every millimetre counts.”

Srikkanth visited Uzbekistan this year and sketched Chorsu Bazaar in Tashkent — a covered market beneath a large turquoise dome. “Workers were resting briefly on their carts, there were friendly conversations with vendors. It became more than a drawing of a market: a memory of human warmth.”

Chloé works mainly with watercolour, combined with ink pens, fountain pens, brush pens or graphite pencils. “I try coloured pencils every now and then, but always come back to my basic set.” Her best drawing tip is all about thinking big: “Use the biggest brush you have. Your movements become more fluid, and you work in broad shapes rather than fiddling with details. Watercolour works best in wide, decisive strokes.” She never uses a water brush: “They’re too small, and you can’t control the paint-to-water ratio, so your washes come out too light.”

Chloé drew this statue of Apollo in Poznan, Poland, by night. “I attended my first Urban Sketcher symposium last year. I remember sketching this view around midnight with a group of sketcher friends. We were all exhausted after a full day of sketching but reached a kind of flow and could not stop.”

Bernhard loves quick, spontaneous sketches. “The flow and the act of drawing are more important to me than the result.” His favourite spot is jazz café Le Duc in The Hague, with its daily live music and jam sessions by conservatory students. At the same time, he is working to master the refinement of watercolour painting. “My great heroes are Carsten Wieland, Alvaro Castagnet and Emil Nolde. I still have many brush miles to go.” When technique lets him down, he picks up his small sketchbook and draws the cappuccino in front of him with a fountain pen in two minutes. “Bliss.”

Bernhard made this sketch at his favorite spot: the jazz café Le Duc in The Hague, with live music, cappuccino, and a fountain pen.

On location: encounters and memories

Drawing in public regularly produces great stories for all three.

Srikkanth emphasises that 99.99% of his experiences have been excellent. “Art has no language barriers. A sketch starts a conversation anywhere in the world.” Through his work, people discovered him, leading to illustrations for the Dutch book Het Geheim Van Delft and commissions for cafés in Delft. There is one less pleasant memory: in Morocco, his bag was stolen, along with his art supplies. “It reminded me that even when it’s wonderful to get completely absorbed in your own world, you have to stay aware of your surroundings.”

Srikkanth is addicted to drawing people. “Six years ago, I was afraid to draw people. Now I’m completely addicted.” He calls it “tiny people in big worlds” — figures as part of a larger landscape. His best drawing tip came from London-based urban sketcher Mohan Banerji: “One must sketch what they see, not what they know.” Since applying this, his sketches have become closely connected to memories. “When I look back at a drawing, I can hear the sounds and feel the atmosphere — sometimes even fragments of overheard conversations I noted in the margin.”

This sketch was made by Srikkanth during a lively sketch walk in Poznań, Poland. “A busy street drew the eye towards a pink church. A fellow sketcher jokingly called it a ‘Polish perspective’ — that stays with the sketch forever.”

Chloé has almost nothing but good memories. She tells the story of a workshop in Zanzibar where a herd of cows suddenly surrounded her teacher — “she noticed them very late and started to panic a little, it was hilarious.” But the story that stays with her most is from Japan. “Last May I sneaked out at dawn in Kyoto to sketch a shrine in a quiet neighbourhood. An old lady who came to pray stopped for a chat — I speak a little Japanese. She told me how she had lived there her entire life, how the neighbourhood had changed, and that she was alone now after losing her husband. You don’t have that kind of encounter with a phone in your hand.”

Chloé loves nature — rocks, sea, the play of greens — but is increasingly drawn to urban scenes. “For a long time I avoided people in my sketches, but this year I have committed to including more and more of them. They make a sketch so much more alive.” In The Hague, she loves sketching around the Binnenhof, in the Haagse Bos and along the canals. “And the panoramic view from the café on the fifth floor of the central library is well worth your time.”

Chloé sketched this on location in Kirribili, Sydney, Australia where she travelled for work.. “I  contacted the friend of a friend to do some urban sketching together. We spent a few hours together having lunch and sketching a little harbour. Friendly conversation, a great view and a nice sketch make for an urban sketcher’s dream !”

Bernhard sketches most happily at speed and on instinct — ideally perched on a stool at Le Duc, fountain pen in hand, surrounded by music. But he also dreams of the bigger work: elaborate watercolours with the depth of his heroes Wieland and Nolde. “I’m far from settled on my own style. And that’s precisely the fun of it.”

USK The Hague & Delft meets every second Sunday of the month. More information and updates can be found via the group’s Facebook page and the agenda on this website.