Werken met pastelkrijt

Tijdens de National Sketch Day van 19 september stappen we in de voetsporen van Martin Monnickendam, die heel veel met pastelkrijt werkte, vaak in combinatie met aquarel. Tijdens de zal Nicky Saliha jullie namens Faber-Castell de mogelijkheid geven om kennis te maken met verschillende soorten pastelkrijt. Ze maakte ook deze keer weer een tutorial om er ook zelf mee aan de slag te gaan.

door Nicky Saliha

Monnickendam tekende niet alleen wat hij zag, hij interpreteerde het – vergelijk de foto’s met zijn tekeningen..
Licht en donker, details en lijnen gebruikte hij om te benadrukken wat hij belangrijk vond.
Je hoeft niet te tekenen wat het donkerst ís. Maak donker wat jij wil benadrukken.

In deze tutorial gebruik ik verschillende tinten droog pastelkrijt (PITT Pastelkrijt van Faber-Castell) en een oliepastelpotlood (PITT Oil Base potlood, ook van Faber-Castell), op gekleurd papier (van Kangaro).


Begin met kleur
We werken op lichtblauw papier. De kleur van het papier vormt meteen de ondertoon van je tekening en zorgt ervoor dat de pasteltinten mooi naar voren komen. Je hoeft het papier dus niet helemaal te bedekken: laat het blauw gerust op sommige plekken meedoen in je tekening. Het droge pastelkrijt gebruik je breed, zacht, korrelig en gelaagd. Met hetzelfde krijtje kun je verschillende toonwaarden maken. Probeer eens uit wat er gebeurt als je zachter of harder drukt en meerdere lagen over elkaar zet. Begin zonder voorschets. Zet met één kleur pastelkrijt de sfeer en de grote vormen neer. Door het lichtblauwe papier komen de rode kleuren extra sterk naar voren.


Interpreteer wat je ziet
Kijk goed naar wat er voor je staat, maar voel je niet verplicht om alles letterlijk over te nemen. Wat trekt jouw aandacht? Wat wil jij benadrukken?
Pak nu het donkere pastelkruit en teken het onderwerp uit het kleurvlak tevoorschijn.
Zoek met stevige, losse lijnen de architectuur. Begin bijvoorbeeld met de buitenvorm en de deur, daarna de boog en uitstekende delen en vervolgens steeds kleinere ornamenten.
Lijnen mogen meerdere keren worden aangezet. Ze mogen scheef of zoekend zijn. Een schaduw mag een stevige donkere veeg worden.


Van grote vorm naar detail
Gebruik het oliepastelpotlood voor kleinere elementen en details. De fijne punt maakt dat goed mogelijk.

Het droge pastelkrijt en het oliepastelpotlood krijgen zo ieder een eigen functie:

  • pastelkrijt → kleur, sfeer en grote vormen
  • oliepastelpotlood → lijn, contrast en detail

Benadruk wat belangrijk is
Blijf keuzes maken.

  • Waar maak je een lijn donkerder of grover?
  • Waar juist zachter?
  • Welke details maken dit poortje bijzonder?
  • Welke details kun je juist weglaten?
  • Niet iedere lijn hoeft even sterk te zijn. Juist door sommige vormen krachtiger aan te zetten, komen ze naar voren.

Teken het tevoorschijn
Zo ontstaat je onderwerp steeds verder uit het kleurvlak.
Kijk niet alleen naar wat er werkelijk donker is. Kies zelf wat je wilt benadrukken.
De werkelijkheid hoeft niet te dicteren hoe donker je tekening wordt. Gebruik donker om vorm, diepte, ornament en karakter te creëren.