Rob van Roon en de ooievaar

Buren, maart 2018

Fabriano 200 g/m2 papier A3, Talens Oostindische inkt, aquarelpenseel voor de verdunde inkt, hard, borstelig lijmkwastje voor de gebroken grijstint en een puntig stokje voor de lijnen.

door Lijn Hof

Je moet ergens beginnen als urban sketcher. In het begin zoek je misschien houvast en werk je volgens de regels. Wanneer ben je eraan toe om die regels weer een beetje los te laten?

Rob van Roon heeft, als zoveel andere schetsers, nooit een kunstopleiding gevolgd.
‘Ik moest het mezelf een beetje aanleren,’ zegt hij. ‘Ik ben begonnen met de klassieke aanpak: zorgen dat de verhoudingen kloppen door over mijn gestrekte arm heen te kijken en met een potloodje de hoeken en afstanden in te schatten en op papier over te brengen. Dat vond ik het minst leuke onderdeel. Interessanter was het om daarna meer detail en sfeer in mijn tekeningen te krijgen met verdunde inkt en fineliners. Soms wat waterverf.’
Strakke, technisch goed uitgevoerde schetsen, zijn vaak niet de mooiste, vindt Rob. ‘Misschien wel knap, maar vaak ook saai. Helaas is het omgekeerde ook niet altijd een succes. Enthousiast aanrommelen met alle mogelijke materialen en kleurtjes is leuk voor de maker, maar niet altijd voor de kijker.’
Naarmate hij meer ervaring kreeg, en iets meer lef, durfde hij duidelijkere keuzes te maken.
Rob: ‘Accenten leggen en delen van mijn onderwerpen weg laten. Maar dat is nog steeds wel lastig: de neiging om het gewoon te tekenen blijft groot. Wat betreft materiaal ben ik steeds vaker gaan werken met Oost-Indische inkt en een rietpen of een ander houtje met een punt eraan. Dat bevalt me nog steeds goed.’
Het avontuur zoekt hij op door niet eerst een opzet met potlood te maken, maar meteen met inkt te werken. Of hij schetst eerst met houtskool om daarna met inkt de details aan te zetten.
Rob: ‘En als ik weer eens in de technische modus aan het schetsen ben, grijpt soms de voorzienigheid in. Zo wilde ik in een schets een zijmuur een subtiele grijze schaduw geven, maar doopte mijn kwast in het verkeerde potje, met de donkerste inkt. Het resultaat was een veel krachtiger beeld. Voorzichtigheid is vaak je grootste vijand.’

Rob is naar de Betuwe verhuisd en werkt in plaatsjes als Buren, Wijk bij Duurstede en Culemborg.


Rob: ‘Dit was zo’n ochtend waarin alles samen kwam. Een mooie dag in maart in het rustige, sfeervolle Buren. Een plekje gevonden zonder last van gemotoriseerd verkeer en ik kreeg koffie aangereikt door een aardige bewoonster. En de ooievaar ging op tijd op zijn nest staan voor een portret in twee lijntjes. Ik teken graag met een simpel puntig takje en Oost Indische inkt. Voor deze tekening heb ik twee vellen A3 aan elkaar geplakt. Ik heb bewust rechtsonder een deel open gelaten om het niet te rommelig te maken. Het poortje linksonder heb ik extra zwart gemaakt. Daar kijk je dan als eerste naar. Je blik gaat via de daken schuin omhoog en eindigt bij de ooievaar.’

Misschien was die ooievaar een extraatje. Een kleine bonus van de voorzienigheid als beloning voor het lef om de regels los te laten.

Rob van Roon

Lijn Hof is op zoek naar het verhaal achter de schets. Heb je zelf een schets met een verhaal, of een schets van een speciale plek of gebeurtenis? Een schets van je lievelingsplek, waar je telkens weer terugkomt? Neem dan contact op met Lijn Hof via Facebook. En als je niet op Facebook zit, stuur dan een mailtje naar Roger, van de redactie. We zouden het heel fijn vinden als je wil meedoen!

Inge van der Storm en de Chinese Muur

Beijing, oktober 2017

Staedtler pigment liner 0,05. Aquarelverf van Winsor&Newton en Van Gogh. Canson Montval Aquarelpapier 300g/m2 – 10,5 x 15,5 cm.

 

door Lijn Hof

Een vakantiefoto maken gaat snel, zelfs als je er extra je best op doet. En je weet één ding bijna zeker: de foto die je zojuist hebt opgeslagen bestaat al. Ergens. Het kan niet anders of iemand fotografeerde dezelfde bergtop, hetzelfde uitzicht, hetzelfde straatje vanuit dezelfde hoek. De meeste vakantiefoto’s hebben broertjes en zusjes, een hele rij. En al die broertjes en zusjes lijken op elkaar.
Tekenen duurt langer. Je kijkt en kijkt nog eens, beslist wat je benadrukt of weglaat. Je maakt verbinding met je omgeving. Als je later je vakantieschetsen bekijkt kun je terugreizen naar die ene plek. Je weet weer hoe warm het was of hoe koud, hoe het er rook, of het druk was of juist niet. En áls je schets ergens broertjes of zusjes heeft, weet je één ding bijna zeker: ze lijken niet op elkaar, of hoogstens een beetje. Zelfs als iemand hetzelfde straatje tekende vanuit dezelfde hoek, is het resultaat anders.

Inge van der Storm maakte een reis. Ze zou per juli 2017 met pensioen gaan en wilde dat vieren met een lange tocht. Ze nam zich voor onderweg te tekenen.
Inge: ‘Mijn reis duurde drie maanden: augustus, september, oktober. Nadat ik had uitgezocht waar ik heen wilde, heb ik mensen gevraagd om een stukje met me mee te gaan. Zo gebeurde het dat ik voor vijftig procent alleen reisde, en voor vijftig procent een reisgenoot had. Tijdens de gedeeltes die ik alleen reisde heb ik geprobeerd contact te zoeken met andere urban sketchers. Dat is gelukt in Barcelona en in Moskou.’

De reis begon in Frankrijk en via Spanje, Italië, Griekenland, Rusland, Oezbekistan, Kazachstan en China arriveerde Inge in Japan.
Inge: ‘Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk over land te gaan. Van Spanje naar Italië en van Italië naar Griekenland nam ik de boot en twee keer nam ik het vliegtuig voor een korte vlucht. De terugreis deed ik ook met het vliegtuig. En overal heb ik getekend. In de trein, op de boot, op het vliegveld, in de metro, op pleinen, in straatjes; in de Sagrada Familia, in Perugia, bij de Akropolis, in het Kremlin, in Oezbekistan, maar een van de meest memorabele momenten was het tekenen op de Chinese Muur.
Het is al een hele belevenis (en een tour de force) om de Chinese Muur te beklimmen, maar om daar ter plaatse te zitten schetsen is natuurlijk helemaal superbijzonder. Er zijn daar heel wat selfies gemaakt met mij erop. Nou is het sowieso heel leuk om ergens te zitten tekenen en reacties van mensen te krijgen. Grappig genoeg kan het per land heel erg verschillen hoe men reageert, of men überhaupt reageert! In Rusland bijvoorbeeld krijg je helemaal geen belangstelling van (Russische) voorbijgangers, in Oezbekistan heel veel.’

Deze schets van de Chinese Muur past op een ansichtkaart. Sterker nog: het ís een ansichtkaart. Inge had zich voorgenomen haar tekeningen tijdens de reis te fotograferen en de originelen naar familie en vrienden te sturen. Ze maakte meer dan 140 tekeningen/aquarellen en verstuurde er 114.
Inge: ‘ Wat ik niet verstuurd heb is óf mislukt, óf ik kon er geen afscheid van nemen. Deze tekening van de Chinese Muur is niet meer in mijn bezit, die heb ik ook verstuurd. Jammer? Ach, ik heb er een foto van, en ik heb hem opgenomen in het boek dat ik van deze reis gemaakt heb.
De Chinese Muur is geen rechttoe rechtaan muur waar je rustig op wandelen kan. Hij golft over het bergachtige landschap, dus je klimt en daalt. Soms is hij echt behoorlijk steil, dan loop je op een trap met heel hoge treden. Het uitzicht is prachtig, met het vervolg van de muur in de verte en omdat ik er in oktober was, zag ik de herfstkleuren van het landschap. Natuurlijk kon zo’n iconisch monument niet in mijn verzameling reistekeningen ontbreken.’

Een lange tocht vraagt om economisch pakken. Inge zocht op Internet naar slimme oplossingen en maakte naar een voorbeeld van Liz Steel een ondergrond van polypropeen. Daarop pasten haar twee kleine Winsor&Newton aquareldoosjes (een van 100 jaar geleden en een recent aangeschaft). Ze deelde de doosjes opnieuw in en verving dubbele kleuren door nieuwe napjes die ze vulde met Van Gogh aquarelverf uit tubetjes.

En zo kregen familieleden en vrienden van Inge zelfgemaakte ansichtkaarten. Prachtige schetsen waarvan je één ding zeker wist: ze waren uniek. En als ze toch ergens een broertje of zusje hadden, leken ze daar niet of nauwelijks op.

Meer informatie op de website van Inge.

Nino van Vuuren en spoor 1

Haarlem

Maart 2018

Talens Oostindische inkt (geen spelfout, zo schrijft Talens het zelf), aquarelpenselen, Chinese kalligrafeerpenselen en een 21×14,5 cm schetsboek (merk onbekend).

door Lijn Hof

De mooiste schetsen zijn misschien wel die paar die je later als een doorbraak ziet. Toen kreeg je iets in de vingers, toen lukte wat steeds zo moeilijk leek, toen leerde je iets bij. Dat kan alleen als je fouten durft te maken. ‘To sketch dangerously,’ noemt Nino van Vuuren het.

Nino ging in maart op pad met de Haarlem Urban Sketchers. Ze had een goedkoop schetsboekje mee, met papier wat haar niet beviel.
Ze vertelt er in het Engels over. Omdat de Urban Sketchers beweging een internationaal karakter heeft, heb ik besloten haar woorden niet te vertalen.
Nino: ‘The sketchbook has no brand name and I haven’t seen it in any shop since I bought it, which is probably good, because I really dislike the paper. Although the paper didn’t buckle a lot, the surface of the paper could not handle multiple washes of paint. Luckily it was cheap, so I set out to see how fast I could fill it up. That in turn freed me up to sketch dangerously, without fear of making mistakes. That I would recommend to anyone who wants to grow in their Urban Sketching skills.’

In het station van Haarlem maakte Nino een overzichtschets vanaf spoor 1.

De tekening is gemaakt met Oostindische inkt van Talens, Chinese kalligrafeerpenselen en aquarelpenselen. De kalligrafeerpenselen zijn handig omdat ze veel inkt kunnen vasthouden, zodat je lang kunt doorwerken zonder opnieuw in te dopen. Bovendien worden ze niet zo snel aangetast door de inkt. Aanvullend gebruikt Nino het liefst synthetische aquarelpenselen; die kunnen beter tegen inkt dan penselen van natuurlijk haar.

Nino: ‘This sketch is special to me for two reasons. Firstly from a technical side it was a breakthrough sketch for me. I have for a long while been pushing myself to sketch more freely and without drawing in pencil first. This was the first sketch where I felt like I had a breakthrough regarding this. I sketched it directly with ink and brush. When I made mistakes I just went on. In the end I feel like I managed to capture both the perspective and chiaroscuro well.’

En dan was er nog de schetsplek zelf.
Nino: ‘This is of one of my favourite stations and somewhere I come often. We lived in the Netherlands for just over a month when I first came to see what Haarlem was like. As soon as I stepped off the train I knew it had to be a beautiful city, because the station was so beautiful. (It is also a Rijksmonument.) As I walked through the city that day I knew that Haarlem was where I wanted to stay. I have since fallen in love with the city and its people. Whenever we come back after being away for a couple of days, I feel a sense of rest coming over me as I step out onto the platform, knowing that I was home again.’

Veel schetsers zien op tegen het werken met losse inkt op locatie, maar als je het handig aanpakt is het goed te doen.
Nino neemt haar potje inkt uit voorzorg mee in een plastic zip-lock zakje, ook al heeft het tot nu toe niet gelekt. Verder neemt ze een rond palet mee.
Nino: ‘Into this I drip a few drops of ink, depending on how light or dark I want the shade to be, and dilute it with water. I usually make just three shades, one very light, one medium and one dark shade. I like to start off with the lightest shade to plot in the basic shapes. (And with lightest I mean slightly-dirty-water light.) Thereafter I like to block out the white areas with a white wax crayon to make sure they stay white, after which I build up the shapes with the darker shades. I always take some kitchen towel along to wipe my brush on or dab the paper with. It also comes in useful when cleaning up again: I just wipe the palette clean with the kitchen towel and throw it in the nearest bin.’
En dat alles lukte Nino die dag op het station met handschoenen aan. ‘I remember that it was quite cold and it only got colder as the day wore on. I was so glad that I had packed my fingerless gloves, because I needed them!’

Het verhaal van Nino maakt nieuwsgierig. Tijd voor een potje inkt en een rottig schetsboek met papier waarop je onbevreesd je gang kunt gaan.

Nino van Vuuren

 

OPROEP!

Dit was het vijfde artikel waarin Lijn Hof op zoek gaat naar het verhaal achter de schets. Ze is op zoek naar nog meer van jullie verhalen!

Heb je zelf een schets met een verhaal, of een schets van een speciale plek of gebeurtenis? Een schets van je lievelingsplek, waar je telkens weer terugkomt?

Neem dan contact op met Lijn Hof via Facebook. En als je niet op Facebook zit, stuur dan een mailtje naar Roger, van de redactie. We zouden het heel fijn vinden als je wil meedoen!

Andie Wieringa en de varkensslacht

België

Maart 2018

200 grams Fabriano papier, kleur: bianco. Roze vlakken voorgestreken met acrylverf. Uni pin fine line 0.5. Achtergrond bewerkt met aquarel en kleurpotloood.

door Lijn Hof

Als urban sketcher kun je gevraagd worden. Uitgenodigd. In de meeste gevallen zal het gaan om het tekenen van een woning of bedrijfspand, of doe je verslag van een evenement dat ergens wordt georganiseerd.

De schets van Andie Wieringa valt in de laatste categorie. Ze werd uitgenodigd een ambachtelijke varkensslacht bij te wonen en maakte een serie tekeningen.
Het is een controversieel onderwerp, maar wie het urban sketchers manifest leest komt de volgende zin tegen: Onze tekeningen vertellen de verhalen van onze omgeving, de plekken waar we leven en de plaatsen die we bezoeken. Alle verhalen kunnen interessant zijn en samen geven ze een beeld van onze leefomgeving. Het is juist die veelheid aan verhalen die me fascineert. En ik was nieuwsgierig. Hoe beleefde Andie deze opdracht?

Andie: ‘Via mijn zoon kwam ik in contact met Guus Thijsen, een organisator op het snijvlak van concept en keuken. Hij was enthousiast over mijn urban sketches en nodigde me uit een varkensslacht te tekenen, aangezien er geen foto’s gemaakt mochten worden.’
Andie vroeg zich af hoe ze dat aan moest pakken. De varkens zouden bewegen; hoe kon ze dat het beste vastleggen? Zou ze het aankunnen als ze opengesneden zouden worden, wetende dat ze even daarvoor nog geleefd hadden? Zou ze niet van haar stokje gaan?
Andie: ‘Ik besloot van te voren kleur aan te brengen, zodat ik bij eventueel bloed tekenen geen rood hoefde te gebruiken omdat de ondergrond dan al rood was. En niet alleen rood maar meer ook de paarse kleuren en bruin. Ik wilde niet te groot werken en koos voor losse vellen, zodat ik snel zou kunnen switchten en ook omdat dit later makkelijker zou zijn met inscannen. Ik gebruikte Fabriano 200 grams; vellen van 50 bij 65 die ik zelf versneed naar A4 formaat.’

Voor de varkensslacht reisde Andie naar de België.
‘We kwamen terecht bij een boer die twee varkens klaar had staan. Een delegatie van koks en mensen uit de voedselsector was aanwezig. Voor de koks was het vooral interessant om dit hele proces van dichtbij mee te kunnen maken. Het wachten op het moment suprême werd vooral besteed aan aaien en kijken naar de levende wezens in hun hok, die lekker stonden te schrokken, terwijl je wist dat ze er straks niet meer zouden zijn.’
De sfeer was gespannen. Voelden de varkens het aan? Maakten ze daarom zoveel lawaai? Wie zou er het eerst gaan? En hoe zou nummer twee reageren? Het was een miezerige, koude dag, vertelt Andie, en iedereen leek zich af te vragen hoe het zou zijn om zoiets mee te maken.
Het moment van doden bleek Andie toch niet aan te kunnen, maar het ophangen van het varken daarna en het leeg laten lopen triggerde haar wel. Ze werd nieuwsgierig hoe het proces verder zou verlopen. Het bloed werd bijvoorbeeld opgevangen om er bloedworst van te kunnen maken.

Deze schets maakte Andie in vijf minuten. De mensen stonden niet stil, dus het moest snel.
‘De tekening geeft het aarzelend benaderen weer en de verwondering over dit net geslachte dier dat deze koks nu zelf moesten gaan ontweiden. De vreemde gewaarwording dat het niet meer om een levend wezen gaat, maar een dood dier en dat het niet erg is om hierin te snijden, maar heel natuurlijk. Het maakte een soort oergevoelens los. Willen weten hoe te overleven als het moet en waar dan te beginnen bij het verwerken en versnijden van een dier. De haren werden van de huid geschraapt met behulp van een gasbrander. De geur die hierbij vrijkwam vermengde zich met de kou en de lucht van stro en dat in de schemering, aan het einde van de dag. Het gaf aan het verwerken en versnijden een extra dimensie.’
Andie was zo gebiologeerd aan het kijken dat ze bijna vergat om door te tekenen. De koks leken zich ook te verwonderen. Ze liepen om het varken heen.
Andie: ‘Alle onderdelen kwamen tevoorschijn, in zachte kleuren en dampend van warmte: de darmen, blaas, lever, maag. Alles werd in bakken gelegd om direct klaargemaakt te worden door de koks die inmiddels een barbeque en vleesmolens hadden opgesteld en hun recepten konden botvieren op wel heel erg vers vlees. Voor hen was het nieuw om met warm vlees te werken. Bij het versnijden herkende ik producten die je ook in een slagerij kunt vinden. Het was interessant te zien hoe je riblappen en rosbief en gehakt kunt maken. Maar, dacht ik ook, er was daarnet toch een gezellig knorrend dier? Dat hebben wij gedood en nu ligt het in onderdelen op de tafels uitgestald.’

Wat heeft deze opdracht met Andie gedaan?
‘Wanneer ik moet overleven weet ik wat ik moet doen. Maar tijdens het winkelen en kijken bij de vleesafdeling moet ik steeds aan dat levende dier denken en daarom koop ik steeds minder vlees. Langzamerhand ben ik vegetariër/flexitariër geworden. Ik eet nog wel vlees als ik wordt uitgenodigd maar zelf sla ik de vleesafdeling nu over in de supermarkt en dan denk ik: door mij knort er vast ergens op deze aardbol een varken iets langer door.’

De complete serie tekeningen van deze varkensslacht is te vinden op Andies website.

 

OPROEP!

Dit was het vierde artikel waarin Lijn Hof op zoek gaat naar het verhaal achter de schets. Ze is op zoek naar nog meer van jullie verhalen!

Heb je zelf een schets met een verhaal, of een schets van een speciale plek of gebeurtenis? Een schets van je lievelingsplek, waar je telkens weer terugkomt?

Neem dan contact op met Lijn Hof via Facebook. En als je niet op Facebook zit, stuur dan een mailtje naar Roger, van de redactie. We zouden het heel fijn vinden als je wil meedoen!

Niels Mud en het vervallen schuurtje

Flachau, Oostenrijk

Maart 2015

Pentel GraphGear 1000 vulpotlood met 2B vulling, in Moleskine classic schetsboek

door Lijn Hof

Als er geluksschetsen bestaan – en die bestaan echt (kijk hier) – moeten er ook ongeluksschetsen te vinden zijn.
Misschien zou je de schets van Niels Mud zo kunnen noemen. Zijn potloodtekening is het gevolg van een heftig ski-ongeluk in Oostenrijk.
‘We waren dat jaar met een groep van een aantal jonge gezinnen op wintersport,’ vertelt Niels. ‘Op de eerste dag van de wintersport kwam ik verkeerd ten val en lag mijn schouder uit de kom. Het gebeurde op de hoogste top van de berg. Met een helikopter ben ik, volledig verdoofd, naar het ziekenhuis vervoerd. Het was meteen duidelijk: wintersporten zat er niet meer in. Een week lang was dat erg lastig, veel van mijn vrienden waren overdag op de piste en ik zat in het huisje. Tegen het einde van de vakantie verdween de pijn wat en had ik weer zin om iets te doen. Ik heb mijn schetsboek gepakt en heb het dichtstbijzijnde, vervallen, schuurtje getekend. Het was toen erg mooi weer en ik wilde even rustig ergens zitten. Schuurtjes hebben me altijd gefascineerd; ze zijn vaak zo praktisch mogelijk gemaakt, heel klassiek als huisvorm: puntdakje, deurtje. Vaak worden ze ook vergeten en verwaarloosd. Ik teken graag dingen die mensen over het hoofd zien.’

‘Voor mij is deze schets bijzonder omdat het mijn eerste urban sketch is, zonder dat ik die term kende. Eerder tekende ik vooral denkbeeldige dingen, vaak geïnspireerd door graffiti. Ik tekende ook huisjes en schuurtjes, maar nooit naar de werkelijkheid. Ook de materiaalkeuze was ongebruikelijk. Tijdens mijn middelbareschooltijd maakte ik potloodtekeningen, maar daarna nauwelijks meer. Schetsboeken heb ik eigenlijk altijd al bij me gehad, vanaf mijn zeventiende. De pennen waar ik veel mee werk zijn Staedtler fineliners, in combinatie met inkt of Posca (verf)stiften.’

Niels heeft een voorliefde voor vervallen plekken. Nederland is wat hem betreft wel erg georganiseerd.
‘Je ziet steeds minder van die vervallen plekken; alles moet worden uitgedacht, elke vierkante centimeter moet worden benut. De natuur die een gebouw langzaam opeet is een mooi tegenovergestelde van wat wij doen: de natuur vernielen om weer iets nieuws te bouwen.’
In het buitenland is dat anders, vindt Niels. Dat zie je al meteen over de grens, in België. Een lossere omgang met bouwvallen.
Wat is daar zo mooi aan?
‘Het proces van verval ziet er altijd heel logisch uit: een boom gaat door de muur of het dak, er groeit gras en mos op, maar toch is het onvoorspelbaar en iedere keer anders.’
Niels zou willen dat we de natuur wat meer zijn gang zouden laten gaan in plaats van alles op te ruimen. Misschien is het een mooi idee om met een groep schetsers naar een rommelig landje te gaan, ergens aan de rafelrand van een dorp of stad. Er moet iets te vinden zijn, zelfs in Nederland.

Niels Mud

 

OPROEP!

Dit was het tweede artikel waarin Lijn Hof op zoek gaat naar het verhaal achter de schets. Ze is op zoek naar nog meer van jullie verhalen!

Heb je zelf een schets met een verhaal, of een schets van een speciale plek of gebeurtenis? Een schets van je lievelingsplek, waar je telkens weer terugkomt?

Neem dan contact op met Lijn Hof via Facebook. En als je niet op Facebook zit, stuur dan een mailtje naar Roger, van de redactie. We zouden het heel fijn vinden als je wil meedoen!